Posts tonen met het label Daphne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Daphne. Alle posts tonen

zondag 29 april 2012

Latijn SO "Daphne verandert in een laurierboom" vertaling

1.       Vix prece finita torpor gravis occupat artus, mollia cinguntur tenui praecordia libro, in frondem crines (crescunt), in ramos bracchia crescunt, pes modo tam velox pigris radicibus haeret, ora cacumen habet;
       -   Nauwelijks heeft ze haar smeekbede beëindigd, of een zware verlamming neemt bezit van haar ledematen, de zachte borst wordt omgeven met dunne bast, het haar groeit uit tot gebladerte, de armen groeien uit tot takken, de eens zo snelle voet blijft vastzitten aan de bewegingloze wortels, de kruin heeft (neemt de plaats in van) het gezicht;
2.       remanet nitor unus in illa.
       -   één schoonheid blijft in haar bestaan.
3.       Hanc quoque Phoebus amat
       -   Apollo heeft ook deze lief
4.       positaque in stipite dextra (manu)
       -   en nadat hij zijn rechterhand op de boomstam heeft geplaatst,
5.       sentit adhuc trepidare novo sub cortice pectus
       -   voelt hij haar hart nog onder de nieuwe schors kloppen
6.       complexusque suis ramos ut membra lacertis oscula dat ligno;
       -   en nadat hij met zijn gespierde bovenarmen de takken omhelsd heeft alsof het ledematen zijn, geeft hij kussen aan het hout;
7.       refugit tamen oscula lignum.
       -   toch weigert het hout de kussen.

Latijn SO "Daphne verandert in een laurierboom" uitwerkingen

Elke keer als er een nieuwe “zin” is, betekent het dat er een nieuwe persoonsvorm is waar het onderwerp vanaf hangt.

Alle bijvoeglijke naamwoorden zijn onderstreept
1.       Vix prece finita torpor gravis occupat artus,
       ·         Vix prece finita = abl. abs.
              - prece; abl. ev (groep 3 m/v)
              - vix; bijwoord
              - finita; ppp van finire, abl. ev. v
       ·         torpor gravis; nom. ev. (groep 3, m/v)
       ·         artus; acc. mv. m (groep 4)
       ·         occupat; praesens, 3e pers ev. van occupare
2.       mollia cinguntur tenui praecordia libro,
       ·         mollia praecordia; nom. mv. o
       ·         tenui libro; abl. ev. m
       ·         cinguntur; praesens, 3e pers mv. van cingere, passief
3.       in frondem crines (vul aan; crescunt),
       ·         crines; nom. mv. (groep 3, m/v)
       ·         in (vz) frondem; acc. ev. (groep 3, m/v)
4.       in ramos bracchia crescunt,
       ·         bracchia; nom. mv. o
       ·         in (vz) ramos; acc. mv. m
       ·         crescunt; praesens, 3e pers mv. van cresecere
5.       pes modo tam velox pigris radicibus haeret,
       ·         pes modo tam velox; nom. ev. (groep 3, m/v) (NB; modo en tam zijn bijwoorden, ze horen echter wel bij dit zinsdeel)
       ·         pigris radicibus; dat. mv. (groep 3, m/v)
       ·         haeret; praesens, 3e pers ev. van haerere
6.       ora cacumen habet;
       ·         cacumen; nom ev. (groep 3, m/v)
       ·         ora; acc. mv. o (groep 3)
       ·         habet; praesens, 3e pers ev. van habere
7.       remanet nitor unus in illa.
       ·         unus nitor; nom ev. (groep 3, m/v)
       ·         in (vz) illa; abl. ev. v
       ·         remanet; praesens, 3e pers ev. van remanere
8.       Hanc quoque Phoebus amat
       ·         hanc; acc ev. v
       ·         Phoebus; Apollo, nom. ev. m
       ·         amat; praesens, 3e pers ev. van amare
       ·         quoque; ook
9.       positaque in stipite dextra (manu) sentit adhuc trepidare novo sub cortice pectus
       ·         positaque in stipite dextra = abl. abs
              - posita; ppp van ponere, abl. ev. v
              - dextra manu; abl. ev. v
              - in (vz) stipite; abl. ev. (groep 3, m/v)
       ·         adhuc; bijwoord
       ·         sub (vz) novo cortice; abl. ev. m
       ·         pectus; acc. ev. o (groep 3)
       ·         sentit; praesens, 3e pers. ev. van sentire
       ·         trepidare; infinitivus
10.   complexusque suis ramos ut membra lacertis oscula dat ligno
       ·         complexus (sum); perfectum van complexor
       ·         ramos (m) ut membra (o); acc. mv.
       ·         suis lacertis; abl. mv. m
       ·         oscula; acc. mv. o
       ·         ligno; dat. ev. m
       ·         dat; praesens, 3e pers. ev. van dare
11.   refugit tamen oscula lignum.    
       ·         tamen; bijwoord (toch)
       ·         lignum; nom. ev. o
       ·         oscula; acc. mv. o
       ·         refugit; praesens, 3e pers ev. van refugere

NB; -que erachter = et ervoor!
o   suis… lacertis (r. 10); hyperbaton. Er staan 3 (of meer) woorden tussen 2 woorden die bij elkaar horen
o   ramos ut membra (r. 10); vergelijking (hij omhelst de “takken als ledematen”)
o   ligno, lignum (10, 11); als het vertaald wordt met “boom” (ipv. “hout”) is het een metonymie.